Over L'IS MORE

“verlicht wie zorg verleent”
Reflectie voor zorgverleners

‘Verlicht’ zoals: in het licht staan en gezien worden, een lichtere last dragen, aandacht hebben voor wat zin geeft.  ‘De tijd stillen’ (naar Joke Hermsen, 2009) en naast lijden ook schoonheid merken.

‘No mud no lotus.’
In zorgverlening is ‘mud’ een deel van de job.
De ‘lotus’ bevindt zich vaak buiten de spotlichten, aan de binnenkant, in eenvoud.

(In)visible beauty… 

Less is more.

L’is geeft hoop en meer
zo verlicht wie zorg verleent
minder knoop is more

L’ismore

DE NAAM

L’ IS MORE is een speelse variatie op ‘LESS IS MORE’, L’ is lesser than more. 
En… Lismore is een heerlijk Chardonnay wijntje.

‘Less is more’ was de kernachtige feedback die een jonge collega me gaf bij zijn carrière wissel. ‘Het kleine verschil’ dat ik tijdens onze samenwerking telkens inbracht, was voor hem van groot belang. Zijn feedback raakte aan mijn eigen zoektocht naar hoe om te gaan met onmacht in zorgverlening, een zoektocht naar het waarderen en verlichten van het kleine dat een verschil maakt, zoals Bateson het noemt  ‘a difference that makes a difference’. En daar vrede mee nemen.

Bij zijn vertrek gaf diezelfde collega me een fles ‘Lismore’ cadeau.  Een bijzonder Chardonnay wijntje, geteeld en gebotteld aan de zuidkust van Zuid-Afrika. Een wijnbouwster combineert haar passie met een perfect terroir, ‘waar wintersneeuw voor afkoeling zorgt en Afrikaanse zomerzon energie en voeding geeft.’ L’ismore is een ode aan het genot dat de aardbodem ons schenkt wanneer passie en vakmanschap elkaar ontmoeten. Een ode ook aan de vreugde van vriendschap en verbondenheid. Zo werd ‘L’IS MORE’ geboren, 

‘Less is more’ was het thema van een expositie tijdens de zomer van 2019, pre-corona,  in Museum Voorlinden, Wassenaar, Nederland. Kunstenaars grijpen terug naar minimalistische principes als recyclage, ordenen en reduceren. ‘Groei en ontwikkeling zit hem in de dingen die er al zijn.’ Schoonheid is zichtbaar wanneer we bereid zijn te kijken’ (vrij naar Edel Maex, 2018). Ondanks onze overvloed in het Westen (Bodelier, 2016) (Rosling, Rosling, & Rosling-Ronnlund, 2018), verlangen we onverzadigbaar naar meer en anders (De Vos, 2019). L’ IS MORE wil een mild perspectief brengen op werkelijkheid, een ode aan eenvoud, aan wat er al is, aan wat ‘goed genoeg’ is.

L’ismore

De drijfveer

L’ IS MORE wil bijdragen aan een hoopgevende zorgverlening, gebaseerd op mededogen, hoop, veerkracht, en verhalen van kracht.  Het wil een antidotum zijn voor cynisme, verharding, polarisatie, standaardisering en commercie.

Het raakt me wanneer teams, cliënten, ouders en zorgverleners vastlopen in hun handelen. In het bijzonder wanneer ook de voeling met eigen expertise en competentie verloren gaat, en het gevoel van onmacht ondraaglijk wordt.

Het verlangen om menselijk leed te verhelpen, en de juiste oplossingen te vinden voor problemen en conflicten, legt voor zorgverleners de doelen vaak zeer hoog. Mede gevoed door dominante maatschappelijke perspectieven, worden onhaalbare eisen de maatstaf voor succes, effectiviteit en ‘goed handelen’. Ook voor mezelf is dat een vertrouwd fenomeen, voelbaar aan den lijve. De veerkracht-ondanks-alles waarvan ik bij zorgverleners getuige ben, inspireert me om te blijven geloven in dialoog en in een hoopgevende hulpverlening.

Zorgverleners opereren vaak zonder veel branie, in de luwte, als vanzelfsprekend, nederig. De werkers in de welzijns- zorg- en onderwijssector illustreren dat meer dan ooit, samen met ouders, kinderen en jongeren in hun gezinnen.

L’ IS MORE is een ode aan wie vaak in stilte, uit liefde voor de mens en buiten de spotlichten doet wat menselijk is.

‘Wisdom begins with wonder’ (Socrates)   

Als verwondering een personage was in een verhaal, zou ze verlegen zijn. Ze zou zich terugtrekken bij te veel gebrabbel. Ze zou dichtklappen bij priemende ogen, sarcastisch gezucht hebben en snerende opmerkingen maken. Ze zou een beetje overgevoelig zijn, wellicht, en bij de minste of geringste dreiging van haar aartsvijand ‘Oordeel’ de benen nemen. Ze zou weten wat ze nodig heeft, maar er niet om durven vragen. Verwondering zou bestaan bij de gratie van de ruimte die ze krijgt, niet die ze neemt. Ze neemt namelijk niet zoveel. Wanneer ze de tijd krijgt, en de ruimte, nestelt ze zich stevig in een hoek en observeert alleen maar. Ze kijkt, luistert, merkt op en zoekt de leegte in zichzelf om de ander volledig blanco te ontmoeten. (Wiss, 2020, p. 85).  

L’IS MORE is een ode aan verwondering (vrij naar Pauwels, 2021)

L’ismore

By Jan De Vos

Van basisopleiding ben ik arts, (kinder- en jeugd)psychiater en psychotherapeut. Ik specialiseerde me als systeemdenker[1] en als mindfulness-meditatie gids.

 Oorspronkelijk richtte mijn professionele focus zich op volwassenen en gezinnen, vervolgens naar kinderen en adolescenten, en uiteindelijk naar teams en collega-hulpverleners.  Aanvankelijk pionierde ik als  ‘veldwerker’ met outreachend werken in multiproblem gezinnen, met participatie van ouders en jongeren in het vorm geven van hulpverleningstrajecten (“van participerende ethiek naar participerende praktijk”)  (De Vos, 2002), en met psychiatrische diagnostiek als co-constructie van expert en cliënt samen (De Vos, 2015).  Geleidelijk aan leerde ik de kracht kennen om als psychiater en als psychotherapeut vanuit een ‘intermediaire positie’ te werken (De Vos, 2008).

De afgelopen 30 jaar was ik rechtstreeks en nauw betrokken bij de zorg voor jongeren en hun systemen, in de sector van ambulante GGZ, VAPH en Bijzondere Jeugdzorg. Professioneel verschoof mijn focus van inhoudelijke teamsturing naar casusgestuurde teamconsulting.  Ik zet nu ‘een stapje achteruit’. Om anders aanwezig te zijn. Om van achter en naast het podium beter te kunnen zien, sensitiever te kunnen antwoorden op wat raakt, vanop enige afstand, aanspreekbaar, mild, coachend, faciliterend, richtinggevend, sporadisch nog eens directief.  Met wijsheid, zoals een grootvader een arm legt om de schouder van zijn kleinzoon wanneer zijn eerste lief…

[1] meer bepaald de ‘dialogische en constructionistische stroming’

Zoals een grootvader van zijn kleinzoon houdt,
Zo legt beeldspraak ergens een arm omheen.
Een beeld moet een paar maten te groot zijn,
als een winterjas. Een beeld brengt werkelijkheid

mee naar huis zoals die grootvader zijn kleinzoon
wanneer zijn eerste meisje hem in de steek heeft gelaten.
Gegeven zijn: sukkelachtigheid en mededogen.
Werkelijkheid probeert te mogen.

– Herman de Coninck (1997)